Jij dacht dat jij het koud had op je werk? Wat dacht je van mensen die werken in een koel- of vriescel of zelfs een vriesbunker? Zij werken dagelijks in temperaturen tussen de 0 en -40 °C! Hoe wapenen zij zich tegen de kou, wat zijn de risico’s en welke maatregelen nemen werkgevers om het werk zo aangenaam mogelijk te maken?
 

Brrr, wat koud!

De risico’s van werken in de kou

De temperatuur in koelcellen ligt doorgaans tussen de 0 en 4°C . In vriescellen is dat -20°C terwijl het in vriesbunkers wel -40° C kan zijn. Zonder de juiste maatregelen is dat niet alleen onaangenaam, maar er kan ook koudeletsel ontstaan zoals:

  • onderkoeling (lichaamstemperatuur onder 35 °C);
  • bevriezing van de huid;
  • verminderde motoriek;
  • bevroren vingers, tenen, ogen en neus;
  • bewusteloosheid en hartritmestoornissen.

Dit doet de werkgever:

  • De juiste beschermende (isolerende) werkkleding beschikbaar stellen.
  • Voldoende rustpauzes bieden in een warme omgeving.
  • Verwarmt plekken mogelijk plaatselijk.
  • Warme dranken beschikbaar stellen.
  • De werktijd in koelruimtes beperken en aangepaste werkschema’s en pauzeroosters hanteren - maximaal 4 uur per dag in temperaturen lager dan -10 °C en maximaal 45 minuten bij -20 °C en daarna 10 minuten pauze bij kamertemperatuur.

Dit kan de werknemer doen:

  • fit blijven zodat je beter met de kou kunt omgaan;
  • niet te warm kleden en zweten voorkomen, de natte, bezwete huid koelt extra snel af wat kan zorgen voor spierijn;
  • bril dragen in plaats van lenzen; koude lucht is erg droog en kan zorgen voor irritatie aan de ogen;
  • altijd een hoofddeksel dragen; 50% van de lichaamswarmte gaat verloren via het hoofd.

Oeff, wat warm!

De risico’s van werken in de warmte

De temperatuur in een kas of een bakkerij kan oplopen tot wel 40 °C en wat dacht je van een pizzabakker die naast een oven staat met een temperatuur tussen de 400 en 600 °C? Dat is niet alleen onaangenaam, het brengt ook gezondheidsrisico’s met zich mee zoals:

  • uitdroging;
  • verminderde concentratie;
  • warmte-uitslag;
  • hittekrampen;
  • hitte-uitputting;
  • hitteberoerte.

Dit doet de werkgever:

  • zorgen voor geschikte werkkleding;
  • zorgen voor voldoende ventilatie;
  • de werktijd verkorten en het aanbieden van voldoende pauzes;
  • zorgen voor gekoelde dranken;
  • warmteproducerende apparaten zoveel mogelijk isoleren.

Dit kan de werknemer doen:

  • fit blijven zodat je beter met de warmte kunt omgaan;
  • zorgen dat je zelf koel bent voordat je de warmte ingaat;
  • geen extra zout eten;
  • deuren naar warme ruimtes (oven, branderkamer) zo snel mogelijk sluiten.